alle gedichten

         Ver weg - dichterbij

Ode

 
O, plein wat ben je nu ver weg en verlaten.
Zo eenzaam, doch verbonden met de straten.
Eens stonden er nog vele mensen.
En speelden kinderen er hun spel.
Nu lijkt de ruimte zoveel groter.
Ach, herken ik je nog wel?
Zo ontdaan van een gezellig terrasje,
Een meisje met een huppel pasje.
De vogels zingen nu het hoogste lied.
Begrijpen doen ze het echter ook niet.
Geen kruimel meer voor hun van het gebakje.
 
Soms zie je nog wel wat verdwaalde mensen.
Op veilige afstand. Wat zouden ze wensen?
Eindelijk weer een arm om elkaar...
En samen de pleinen weer vullen...
Vol vreugde! O, was het maar vast waar!
Nu staan de bomen er te dromen,
Van de mensen op het plein.
Het samen zijn, het was zo fijn!
Eens zal het toch weer kunnen...
Met elkander op het plein.
Ik voel het vollere plein al naderen,
Het komt al dichterbij!
 
[Jannah van As]

Van der Helstplein

Het van der Helst


De namen van straten vertellen verhalen
van goed en kwaad en woede en wraak
Helden later gehaat en scheld- en geuzennamen
Maar wie vertelt
mij, wie is in godsnaam Tweede Van der Helst?
Wat was er mis met de eerste?
Waarom kreeg de eerste een plein
en de ander een straat? Dat vraagt om strijd
Broedermoord, wurgpartijen en rood water in de goot
Het is hier allemaal gebeurd op dat plein
(Denk ik)
Kijk, Ferdinand Bol,
is vernoemd naar zijn eigen buik 
en een snackbarzaak
En Tweede Jan Steen heet zo 
omdat die straat toch niet meer van grind kan worden gemaakt
Maar Van der Helst
is nog heller dan de hel, en dan nóg een keer net zo fel
Hier kom je alleen als je de eerste Van der Hel en Van der Heller 
hebt overleefd
Dit plein is het eindpunt
en het begin 
voor iedereen die echt heeft geleefd.

[Marthe van Bronkhorst]
Van der Helstplein
Herinnering aan Johan
 
Meisje van 12, lang blond haar,
Vol verwachting, zo stond ik daar.
Om op tijd bij jou te zijn –
Stille liefde – naar school via het 
Van der Helstplein.
 
Spinoza Mavo, drukke klas
Altijd kijken of JIJ er was..
Knappe Johan, twee banken achter mij,
Mijn eerste liefde, dat was jij.
 
De klok op het plein meldde de tijd,
Ik was vaak te laat, de tel volkomen kwijt.
Dacht niet aan leren, alleen aan jou
Rennend naar school, met blote benen in de
winterkou.
 
Eenmaal op school, zag ik jouw blik,
Je maakte me week maar je gaf geen kik.
Knappe Johan, leukste jongen van de klas,
Zag nou geen enkel meisje hoe sexy je was?
 
Ik droomde over liefde, de eerste keer,
En elke keer als ik jou zag verlangde ik steeds meer..
Dat jij zou zeggen: “ik ben ook gek op jou”;
Onzeker meisje in de winterkou.
 
Toen kwam de dag dat jij er niet meer was,
Mijn ideaal verdwenen uit die drukke klas.
Plotseling verhuisd, mijn wereld stond stil,
Zooo verdrietig was ik, alles was koud en kil.
 
Een schooltijd die voor mij niet gelukkig was,
Zonder Johan in de Mavo-klas.
Het leven leek zinloos, voelde me verloren,
En van jou zou ik nooit meer iets horen..
 
Nu ik ouder ben, komt de herinnering dichterbij
En vraag ik me soms af: denk je ook nog wel eens aan mij?
Was het anders gelopen als ik je had verteld hoe verliefd ik op je was?
God mag het weten, maar die zat niet in mijn klas.
 
Soms loop ik wel eens over het plein,
En denk hoe het had kunnen zijn.
Ik zie je zo voor me: net als toen..
Wat zou ik die tijd graag eens overdoen!
 
[Patricia Put]

[zonder titel]

ik was op zonovergoten
plekken
ergens
nergens was er
donkerder plein
dan het van der Helst
 
het is er niet weids
niet ruim
zoals deze plaatsen
horen te zijn
zelfs geen fontein
 
maar sfeer
in eet en drankhuizen,
op banken waar oude hippies
joints
doorgeven,
mondharmonica spelen
 
lampen schijnen
onder voetstappen,
die lokken,
verlichten
doen thuis voelen
 
waar platanenhemel
wordt omhelst
door blauwe deuren
 
het van der Helst
somber pareltje
in de Pijp

[Annelies de Bruin]







Mijn lieve Van der Helstplein

ik zag je eerder, je bomen zijn dezelfde;
ze geven nog steeds dezelfde rust.
Toen was je bos.
Net als roodkapje op zoek naar haar grootmoeder
ging ik door jou naar haar;
mijn dikke oma, mijn lieve dikke
trotse, deftige, niet om te blazen, chique oma, oma oma?
Veilige armen.
Net als de armen van de bomen
op jou, plein.
Die me al wezen dat ik goed zat,
dat ik hier veilig was,
dat dit mijn heilige grond was.
Waar alle gevaar achter bleef;
die mochten niet in je bos
van de bomen.
Daar mocht alleen ik komen.
Nog steeds omringen ze mij
als een groep zwijgende gezellen
hun armen klaar om te beschermen.
 
[Laurie Hond]

Thérèse Schwartzeplein

Thérèse Schwartzeplein
 
 
‘t Kwadraat is groot
 
Het plein is klein.
 
Drie meisjes op de muur
 
Met eigen lot,
 
Met eigen doel,
 
Weesmeisjes, schoon en puur.
 
 
‘T kwadraat is groot
 
Het plein is klein
 
De derde is in rood
 
Zit zonder goed
 
En zonder kwaad
 
Zij zit alleen, apart, omdat …
 
‘T kwadraat is groot
 
Het plein is klein.
 
 
[Alexander Bodrov]
Brief van een pleinbewoner
of Langzaam onderweg


 
Laatst vroeg je mij een gedichtje over het plein te schrijven.
Eerlijk gezegd ben ik er niet zo voor in de stemming.
 
Ik heb indertijd veel werk aan mijn tuin besteed,
o.a. een vlinderstruik in m’n voortuintje geplaatst,
om het vlinderbestand te verbeteren.
   
Mijn buurvrouw begon te zeuren
dat er blaadjes op de stoep vielen,
toen heb ik er een groenblijvende
struik voor in de plaats gezet.
 
Waarover zou ik een gedicht moeten schrijven?
 
In het boomperkje voor m’n huis lagen een keer
resten van een Oost-Indische kers – overgewaaid
van m’n geveltuintje. Het is een één-jarige plant,
de resten worden bruin, dus heb ik ze verwijderd
en verruild voor een groenblijvend plantje:
een baby-plantje nog, dat ik zelf had opgekweekt.
   
Toen ik een briefje in de bus deed
bij de buren, ter verklaring,
bleek het de buurman van twee hoog te hinderen,
die heeft ze verwijderd en twee brieven
geschreven en zelfs de woningbouwvereniging gebeld.
 
Het is heus niet altijd zo paradijselijk 
Om aan ons pleintje te wonen.
Toch is het mooi. Maar een gedicht?
 
Op een dag kreeg  ik onverwacht bezoek:
twee politie-agenten en twee medewerksters van de GGD.
Om mijn kant van het verhaal te horen, zeiden ze.
Ik heb ze te woord gestaan en getracht
duidelijk te maken dat ik een harmonieuze ambience wil,
maar eerlijk: dat is hier niet altijd makkelijk.
 
Poëzie gaat over schoonheid, vind je niet,
waarom zou je de negatieve  kanten benoemen?
 
Mijn huis is erg gehorig en die van 1-hoog
bezorgt me de zenuwen.
Ze heeft laatst haar huis precies zo ingericht als het mijne,
wat erg onvoordelig is als je beneden woont, want nu
loopt ze door haar kamer naar haar half open keuken
heen en weer, en niet door de gang, waar dit oude
huis niet op gebouwd is.
 
Ik vind het wel dapper van je hoor
om poëzie te brengen, en misschien horen
de schaduwkanten erbij.
 
Toen ze boven weer ‘ns aan ’t stampen was
ben ik eens goed kwaad geworden,
wat niet goed was voor m’n hoge bloeddruk.
Wie wil dat horen?
 
Laatst zette het woningbouwbedrijf weer steigers neer
in de tuin, voor het schilderen van de geveldakgoten
of het plaatsen van luchtafvoerbuizen van de  cv, 
ik zette bijna elke dag koffie voor de werklui,
gezellig met z’n allen bij mij in de tuin.
 
Het is niks voor een gedicht, maar ik zou willen vermelden
dat we desondanks onderweg zijn;
ons plein is een mooi plein,
’s ochtends als ik wakker word bijvoorbeeld
ervaar ik de energie
om ons te verdiepen en te versterken.
 
Langzaam onderweg. Het is heus wel mogelijk
goed in het leven te staan en een fijn gevoel
en uitstraling op te bouwen.
 
Ik ben een rustige bewoner,
en ik hoop er maar het beste van,
maar een gedichtje schrijf ik maar niet,
als ik dat al zou kunnen.
 
Het spijt me.
Ons plein is een mooi en rustig plein.
 
Laatst zat er een heuse gaai
bovenop de lantaarnpaal voor mijn huis.  
 
[Mark van Duijn, met dank aan 
een brief schrijvende pleinbewoner]





A Perspective Study
(After Thérèse Schwartze) 

[Nederlandse vertaling: zie onder]


A sketch of Granny Smith
dyes the leaves apple green,
after the cherry blossom rain
sways through the square.

Hoping,
you know how much I miss you,
when you see how the petals tucked away
spring,
and took out a spoonful of summer.
A portrait of your face
rests in my palm,
roseate dust coats my heartstrings.
Hoping,
you step out from the frame,
take my hand, and waltz together on the square.
A painting made from scratch
of my tears.
A token of hope! 
Born from my healing heart.
Hoping,
the world would get better like me,
as I pour the flaming hues
of a rising phoenix
out into the open square.
 
[Kimberley Chung]





Een perspectieftekening
(naar Thérèse Schwartze)

Een schets van Granny Smith
kleurt de bladeren appelgroen,
nadat de kersenbloesemregen
door het plein zwaait
Hopend,
dat je weet hoeveel ik je mis,
wanneer je ziet hoe de bloemblaadjes
de lente inslaan,  
en er een lepel zomer uithalen.

Een portret van je gezicht
rust in mijn handpalm,
rooskleurig poeder bedekt mijn hart.

Hopend,
dat je uit de omlijsting stapt,
mijn hand pakt, samen dansend over het plein.

Een schilderij gemaakt van
mijn tranen.
Een teken van hoop
Geboren uit mijn helende hart.
Hopend,
dat de wereld beter wordt, net als ik
wanneer ik de vlammende tinten
van een rijzende feniks
over het open plein giet.

[vertaling: Kimberley Chung]





Thérèse Schwartzeplein
 
Een stad is straten en pleinen, mensen en fietsen
Een stad is Gebouwen, heel veel gebouwen
 
Een stad is jagen en jakkeren – Jasses ja – Gejakker en gejaag
Snel even dit en snel even dat, af en aan
Op en neer en: “Krijg het heen en weer”
 
Maar dan
Ligt daar het plein
 
Het plein met die grote daken en gevels
Het plein met licht en lucht en ruimte en vooral stillness
Statige boerderijen die wiegen in de tijd
 
Het is dan even stil
Ik haal adem, ik kijk en ik bewonder
Machtige gebouwen, van ooit machtige bouwheren
Pleinen, de parels van een stad, ontworpen om te ademen
 
En dan
Weer door, door de stad
Waar machtige mensenmassa’s
Samen leven, werken, wonen
Jagen, jakkeren,
Tjezus!
Wat is de stad toch mooi.
 
[Marleen Engbersen]
 
Thérèse Schwartzeplein


Ik vond op een zolder op het plein van Therese Schwartze
Een kist vol onontdekte schetsen en kwasten
In gouden inkt gedoopt
Was het getiteld
Portretten uit de Toekomst
geschilderd in Amsterdamse school


Het eerste portret
Aandachtige vrouw op plein
Toont ogen die van het papier af dromen
In een mondhoek een levenslijn
haar contouren lijken tot leven te komen
zij verdwijnt


Ik zie
tronie van man
met een aanzet tot brede barokke
baardgroei, een heer van stand,
claire-obscure in de plooien van sokken
Schaduwen vallen, de tronie fronst
bozer en bozer richting een automobiel
Tot hij roept, in de volgende schets, tweede tronie
“Je staat dubbel geparkeerd, debiel”


Ik zie
Kat in de vensterbank
En een schetsblok later
Zit op dezelfde plek
Nog steeds dezelfde kater
Ik zie
Jonge lieden op feest in kleur
Ik zie
Agenten
Ik zie
Leegte


Ik zie
Gezin met boodschappen
Kijk, de dochter vraagt om een ijsje
In de volgende schets van Thérèse
Zie ik dat zij het krijgt


Ik zie
Dame op fiets
Past zij op voor de hond
Die voorbijschiet
Ik zie dat Thérèse schetste
Ze was nét op tijd


Thérèse tekende vele levens
Rollende koffers en grote machines
en automobielen
en vaartuig en vliegers
pop-upshops, ghettoblasters
moesten nog komen
maar wij staan allen
uitgetekend in Thérèse dromen


mannen en vrouwen, stillevens die uit lijsten barsten
op een zolder op het plein van Therese Schwartze


[Marthe van Bronkhorst]

Henrick de Keijser

Henrick de Keijserplein

1.
 
Er bestaat een terrein
Daar woont een toverkonijn
Op het Henrick de Keijserplein
 
Kom met de bal spelen
Of ‘s nachts sterren tellen
Op het Henrick de Keijserplein!
 
Het konijn tovert en tovert
alle spelletjes worden fijn
Op het Henrick de Keijserplein.
 
 
2.
 
Op ‘t Henrick de Keijserplein
Gaf mijn vader mij een reep
Chocolade met rozijn
Mijn moeder - een bal
¨Speel maar, kindje, voetbal¨
 
Mijn broertje - een vuurtje
Mijn zusje - een kusje
 
Mijn oma - een plaid
Jij, kindje, bent gereed
Om gelukkig te zijn
Op het Henrick de Keijserplein.
 
 
3.
 
Er is een terrein
Daar woont een konijn
Het Henrick de Keijserplein
 
En dit konijn tovert
Alles in een groot magazijn
Op het Henrick de Keijserplein
 
Een appel en een mandarijn
Een heerlijke mandarijn
Op het Henrick de Keijserplein
 
Zoek maar het konijn,
En eet de zoete mandarijn
Op het Henrick de Keijserplein.
 
 
4.
In Amsterdam is er een terrein
Daar komen veel mensen
Groot en klein
Op het Henrick de Keijserplein

Hier lachen kinderen
En huilen van pijn,
Voor ouderen is er dans
Voor jongeren wijn
Op het Henrick de Keijserplein 



Maar komt de nacht
Is de stilte zacht
Het geluid van de laatste trein...
In donkere sferen
Verschijnen veel sterren
In de ogen van het oude konijn
Op het Henrick de Keijserplein.

[Alexander Bodrov]


____________________________


Een plein
 
Ergens in Amsterdam-Zuid is een plein,
Dat de eeuwige jeugd heeft.
Het Hendrik de Keyzerplein.
 
Dag in dag uit spelen kinderen er hun spel.
Ze kunnen geen genoeg krijgen van de glijbaan
Belandend in het zachte zand,jawel!
Tussen de zandkastelen
En schommelen tot hoog in de hemel.
Wie wil daar nu niet spelen?
 
Andere jongeren spelen er basketbal of tennis,
Rolschaatsen, skateboarden, noem maar op.
Op dit plein is er geen tijd voor stennis.
 
Spelenderwijs groei je hier op.
Veilig omringd door mooie bomen!
Ja, het Hendrik de Keyzerplein is top!
 
Ook is er een clubhuis op het plein.
Er wordt getrommeld en gedanst.
Tango, Flamenco of vrij mag het zijn!
 
Dat dit plein voor altijd jong mag blijven!
Vol vreugde, vertier en plezier.
Waar menigeen vergeet te kijven.
 
[Jannah van As]

Als ik een speeltuin zou zijn


Als ik een speeltuin zou zijn,
Dan wenste ik elke dag volop kinderen van groot tot klein,
Een zandbak met zand zo wit en zacht als de maneschijn,
Schommels die zwaaien tot hoog in de lucht,
Waardoor je je voelt als een vogel in de lucht. 
Vrij zwevend in de ruimte
De oneindige ruimte
Ik wenste een glijbaan waar geen einde aan lijkt te komen,
Waardoor je je in andere sferen kan dromen. 
Doelen waar je regelmatig in doelt,
Waardoor elk kind zich kampioen voelt. 
Als ik een speeltuin zou zijn,
Dan heeft een ieder die er speelt het fijn,
Wordt er gehuppeld en gelachen van plezier,
Omdat ik samen met de kinderen elke dag, het leven vier!



[Jannah van As]


Aan de randen van het keizerrijk (Henrick de Keijserplein)


Aan de randen van het keizerrijk
schuurt
de buurt
Er is een opstand gaande


In stil verzet
wordt er tegengehangen
een front van jongemannen
tegen een muurtje
ledematen lamlenden,
baldadigheden slingeren.
Een regisseur vertrekt naar het gewest
om de hangopstand tot opstaan te manen
(voor zo lang het duurt)
Tegen de muurtjes
schuurt
de buurt


Aan de randen van het keizerrijk
schuurt
de buurt
Van alle reizigers


In luid kabaal
wordt er langsgewandeld
gewapend met donderend gerol
en flitslicht en eigen proviand
trekt die niet-aflatende karavaan
door het land
kijkend
zonder iets te kopen
in de weg
zonder stil te staan
met een slakkenspoor van troep en pek en veren
Kan de buurt deze bergen nog herbergen
heeft zij zichzelf als een rosse dame
verhuurd?
In de open grenzen
schuurt
de buurt


In het hart van het keizerrijk
schuurt
de buurt
Van alle geheimen
Achter de ramen zijn verhalen
Van stil verzet van luid kabaal
Ieder leven een koningssage
Het keizerrijk
is vele keizers rijk.

[Marthe van Bronkhorst]




De kater van de keizer (Henrick de Keijserplein II)


De kater van de keizer
schiet van zijn troon op zoek naar verhalen,


de staart strijkt
langs het hoekje van de straat waar een kind
voor het eerst zijn ogen opent voor zijn eigen kwast en kleuren,
waar kunst ontstaat


de staart verdwijnt
onder dansende rokken
dipt zich in de salsa van de buurt, jaagt op die flamingo’s
neemt ze op de hak, wordt haast zelf op een hak genomen
ontpringt de dansers


de staart glipt
tipt in een onbewaakt moment
in iemands koffiemelk
haast zich weg
zijn kop hoest een haarbal op
verkoopt deze op een rommelmarkt
vlucht spinnend
terug naar binnen


De kater van de keizer
glipt weer achter de ramen
waar wordt gestorven en geboren
geruzied en borden
niet leeggegeten
huiswerk gemaakt, rode centen geteld
geproost en weggekwijnd
gezond en overschaduwd


En de kater kiest zijn troon in de zon
tevreden.
Mocht de keizer het willen weten:
Niets te melden vandaag.

[Marthe van Bronkhorst]

Meerhuizenplein

[noot redactie: twee van de onderstaande gedichten gaan over het Borssenburgerplein, dat vlak bij het Meerhuizenplein om de hoek ligt. Wat dit zegt over deze pleintjes, kan ieder zelf bedenken: sommige plekken hebben het gewoon meer in zich om poëzie te verwekken dan andere…]

CIRCUS

De namen ben ik vergeten
Toch leven ze in mij voort
Als schaduwen van gezichten
Op het plein in vreemde vorm
Vertellend van Pyramides
Gestapeld vóór de Dodensprong
Mijn bolhoed vangt een pijl.
De wijk de buurt de straat
staan afgetekend in ons Circus: 
Droom en glimlach
Komen samen.

[Herinnering aan Circus Rojatperocha
Borssenburgplein, herfst 1956]

[Peter Koghee]

“Circus”[Peter Koghee]
Meerhuizenschool                                          1950 – 1956
 
Met sponzendoos en lei
Tracht ik in schuinschrift
Gewapend met een griffel
Mijn gedachten vast te leggen
Uit een beduimelt boek
Spel ik woord na woord
Dat oom in zijn klamboe
Influenza heeft
Sarong en Kabaja
Ik schrik op en roep
Vijf maal vijf is vijf!
Vanaf haar podium
Kijkt zij mij meewarig aan
Ik draai me richting raam
Blik rustend op de boom
Bevrijding is nabij
Zoals op mijn tekening
Manna uit een vliegtuig
Zes jaar hakken
Over de school
Mijn vriendjes vrede
Verdriet vertaald
In struikelstenen
 
[Peter Koghee]
Het beschrijven van een baan


’s Avonds laat als ik uit wandelen ga,
Of meer precies, mijn krappe huis ontvlucht,
Passeer ik het Borssenburgplein
En vraag me af waartoe wij op aarde zijn.

De wolken zeilen aan de sterren voorbij.
Ik denk aan het werk van morgen
Waarop niemand zit te wachten.
Mijn tanden knarsen. Ik heb geen zorgen.

Waag ik een sprong van de P. Kramerbrug?
Neen. Verlangend kijk ik op naar Schilderskade 66-I,
Waar Reve zijn meesterstuk schreef in eenzaamheid,
En keer vlug langs de troep op straat naar mijn geliefde terug. 
 
[Viktor Frölke]
Meerhuizenplein
 
Van wie is het plein?
De tussenstand: grasje 1 tot en met 47 van hem daar
gewonnen in een eerlijk potje knikkeren
dus wilt u alstublieft uw auto verplaatsen
want parkeren kost vanaf vandaag
3 zure matten per uur
 
Van wie is het plein?
Ik speel hokjes veroveren tegen de boze buurman, politie, en grote jongens die  hangen
Ze hadden hun rechterhand niet op geel
En ik win steeds meer terrein.
Tussenstand: 132 tegels voor mij.
 
Van wie is het plein?
Kinderen op het kinderklimrek, hardlopers op de hangstellen, picknickers in de mandgraag, plaats uw fiets a.u.b. vier op een rij
Volkstuintjes graag op het zuiden
Je mag géén hotel plaatsen, ga terug langs start
Basketballers graag niet voorbij de tweede dribbel, gooi nog een keer
 
Dames en heren
Ik wil u er graag op attenderen
dat de vloer lava is en doordansen als de muziek gestopt is verboden
Willen alle toeristen die zich hebben verscholen
Zich nu melden?
Want dit plein
Is vanaf vandaag
Buutvrij

[Marthe van Bronkhorst]

Cullinan

Ho hoge panden, de opgestapelde boeken
ompleinen ons al, wanden verhalen over reizen
de grote ster van Africa helpt ons graag zoeken
maar hoe ver weg blijkt vandaag dichtbij te zijn?
 
Wacht maar af, in de jonge bomen klinken
pardoes allerhande vogels, komen van even,
ze nestelen zich hier en vlinders drinken
uit je glas, het bier begint spontaan te zweven.

De zwaartekracht lijkt plotsklaps uitgevallen
dus niemand klettert zomaar van z’n fiets
en in de lucht blijft vuurwerk knallen
in de verste verten echter theatert niets.                                            
Toch spektakelt spoedig deze eerder blinde  
vlek geheid, oogst voor De Pijp grote eer
o caféterras, open u, en gelukkig vinden
we daar onze geslepen woorden weer

Steenworp afstand moet je zuiver kloven,
met één klap, uit zak en as verrezen, samen
fonkelend komen onze zinnen alles te boven,
luister, geëchood door de muren en ramen.

[Dick van Welzen]
Cullinanplein - pamflet aan de muur



als beton kan geuren
stenen kunnen spreken
dan
ja wat dan
zou ik
wat
wat zou je
roepen
kom
kóm hier
jij met je bruine
jij witte
jij piccolo
zwerveling, drentelaar
ik wacht



als wind kan fluisteren
onkruid kan kruipen
dan
ja wat dan
zou ik
wat
wat zou je
schreeuwen
kom
kóm hier
jij met je tranen
jij razende
jij van afstand
genestelde, kluizenaar
ik wacht



als nacht kan toedekken
ochtend kan bedauwen
dan
ja wat dan
zou ik
wat zou je
verlangen
kom
kóm hier
stroom toe en vul
mijn podium met verhalen
mijn klinkers met woorden
mijn leegte met samenkomst
ik wacht
alleen
met de klapwiekende vogel

[Annelies de Bruin]



IJselplein

 
IJsselplein
 
Sommigen zouden zeggen
Wat is het hier een gapend gat
Huizen houden elkander van alle hoeken in de gaten
Vensters spiegelen elkaars ramen.
Panopticum.
Er is iets te veel ruimte en de bomen wuiven
net te stil
Niemand durft te blijven, het plein is van het plein
en van de lucht
en de lucht geeft op een dag een sein
Dan knippert er boven deze trapeziumarena
een satelliet in lichtgevend aura
en landt het metalen moederschip
plant een vlag op het gras
en verbrijzelt de grond van het IJsselplein
en zegt ‘Aardbewoners, dank voor het vrijhouden,
we zijn er.’

[Marthe van Bronkhorst]
IJselplein
[vertaling: zie hieronder]
 
Les peupliers sont énormes
les tilleuls un peu chétifs
Les roses fleurissent,
Mais on de sent pas leur odeur.
Des enfants boivent de l’eau à la fontaine
Et retournent au terrain de jeux
Une dame profite du soleil
Deux copines bavardent sur un banc
Les maisons regardent le square
Le calme règne

[Elisabeth van der Linden]





De populieren zijn enorm
De lindebomen een beetje zielig
De rozen bloeien
Maar je ruikt ze niet
Kinderen drinken water uit het fonteintje
En gaan weer spelen in de speeltuin
Een dame zit lekker in de zon
Twee vriendinnen babbelen op een bankje
De huizen kijken naar het plein
Er heerst rust

[vertaling: Elisabeth van der Linden]